U bent hier: Home - Risico's - Arbeidsmiddelen

Printvriendelijke versie

 
 
 

Arbeidsmiddelen




Werken met draaiende arbeidsmiddelen kan gevaarlijk zijn:
  • Door snijden, slijpen of zagen kunnen deeltjes wegvliegen.
  • Door draaiende of bewegende delen kunnen kledingsstukken of lichaamsdelen worden gegrepen.
  • Scherpe messen, beitels of materialen kunnen snijverwondingen veroorzaken.
  • Door beweging en druk kan knelgevaar ontstaan.
  • Werken met draaiende machines leidt vaak tot handletsel.

Vacuüm hijs- en hefgereedschap
Voor het verticaal transport van ruiten kan gebruik gemaakt worden van vacuümhefapparatuur met een gescheiden dubbel vacuümsysteem of van een enkelvoudig vacuümsysteem voorzien van een aanvullende vorm van uitvalbeveiliging. Leidingen of kabels van vacuümhefapparatuur moeten beschermd zijn tegen beschadiging. Bij uitval van energietoevoer of bij afname van het hefvermogen zijn maatregelen genomen waardoor het vallen van (delen van) de last geen risico tot gevolg heeft. Indien dit niet kan worden gewaarborgd dan wordt de hijshoogte beperkt tot 1,5 m of  moet de zone, waarboven de last zich bevindt, worden ontruimd en afgezet. De omvang van het te creëren vacuümhefvermogen dient minimaal het dubbele te zijn van de maximale werklast en een vacuümbuffer te hebben die bij uitval van de pomp de last nog tenminste vijf minuten kan heffen.   


Welk beroep heeft te maken met arbeidsmiddelen?
Glaszetter


Wat zegt de wet- en regelgeving?



Wettelijke verplichtingen
Er zijn veel richtlijnen voor de veiligheid van arbeidsmiddelen. Niet alleen in de Arbo-wetgeving, maar ook in regelgeving die speciaal gaat over machineveiligheid (zoals NEN- of CE-keuring). Arbeidsmiddelen zijn ingedeeld in risicocategorieën en op basis daarvan wordt bepaald wie de keuring mag uitvoeren (eigen personeelslid of gecertificeerde keuringbureaus). De arbeidsmiddelen moeten gekeurd worden aan de hand van richtlijnen (zie Handboek Arbeidsmiddelen). Daarnaast moet aandacht besteedt worden (o.a. bij de R&IE) aan de manier waarop werknemers omgaan met de arbeidsmiddelen.

Het Arbobesluit regelt het veilige gebruik en onderhoud, waaronder keuringen en inspecties van arbeidsmiddelen.

Arbobesluit: Artikel 7.2 Arbeidsmiddelen met een CE-markering
  • Een door de werkgever ter beschikking gesteld arbeidsmiddel voldoet aan de op dat arbeidsmiddel van toepassing zijnde Warenwetbesluiten. Van arbeidsmiddelen die zijn voorzien van een CE-markering, vergezeld van een EG-verklaring van overeenstemming, wordt vermoedt deze ze voldoen aan de voorschriften van het Arbobesluit. Als een arbeidsmiddel slechts voor enkele onderdelen is voorzien van een CE-markering, dan wordt slechts ten aanzien van die onderdelen vermoed dat ze voldoen aan het Arbobesluit.

Arbobesluit: Artikel 7.3 Geschiktheid arbeidsmiddelen
  • Bij de keuze van een arbeidsmiddel houdt de werkgever niet alleen rekening met de geschiktheid van het arbeidsmiddel voor de werkzaamheden, maar ook met de gevaren die het arbeidsmiddel met zich mee kan brengen. Hierbij houdt de werkgever rekening met de risico-inventarisatie en –evaluatie. Arbeidsmiddelen worden uitsluitend gebruikt voor het doel en op de wijze waarvoor ze zijn bestemd. Als het redelijkerwijs niet mogelijk is de gevaren bij het gebruik van arbeidsmiddelen te voorkomen, dan treft de werkgever zodanige maatregelen dat de gevaren zoveel mogelijk worden beperkt.

Arbobesluit: Artikel 7.4 Deugdelijkheid arbeidsmiddelen en ongewilde gebeurtenissen
  • Een arbeidsmiddel is van deugdelijk materiaal en deugdelijke constructie en wordt zodanig geplaatst en gebruikt dat het gevaar dat zich een ongewilde gebeurtenis (verschuiven, kantelen, oververhitten…) voordoet zoveel mogelijk is voorkomen.

Arbobesluit: Artikel 7.4A Keuringen
  • Dit artikel regelt een algemeen keuringsregime voor arbeidsmiddelen in gebruiksfase. Het besluit schrijft geen keuringsfrequentie voor, maar een veilige ondergrens is eenmaal per jaar.

Arbobesluit: Artikel 7.5 Montage, demontage, onderhoud, reparatie en reiniging van arbeidsmiddelen
  • Arbeidsmiddelen worden tijdens de gebruiksduur door toereikend onderhoud in zodanige staat gehouden dat risico’s voor veiligheid en gezondheid worden voorkomen. Het bij het arbeidsmiddel horende onderhoudsboek wordt goed bijgehouden. Montage en demontage vindt op een veilige manier plaats, met inachtneming van aanwijzingen van de fabrikant.

Arbobesluit: Artikel 7.6 Deskundigheid werknemers
  • Het gebruik van arbeidsmiddelen blijft voorbehouden aan werknemers die met het gebruik belast zijn. Werknemers die belast zijn met het ombouwen, onderhouden, repareren of reinigen van deze arbeidsmiddelen bezitten daartoe een specifieke deskundigheid en ervaring.

Arbobesluit: Artikel 7.7 Veiligheidsvoorzieningen in verband met bewegende delen van arbeidsmiddelen
  • Als bewegende delen van een arbeidsmiddel gevaar opleveren, zijn zij van zodanige schermen of beveiligingsinrichtingen voorzien, dat gevaar zoveel mogelijk wordt voorkomen. Deze beveiligingsinrichtingen kunnen niet op eenvoudige wijze worden genegeerd of buiten werking worden gesteld.

Arbobesluit: Artikel 7.11A Voorlichting
  • Werknemers krijgen aan de hand van de gebruiksaanwijzing duidelijke voorlichting over het gebruik van het arbeidsmiddel. Ook werknemers die niet zelf met het arbeidsmiddel werken, maar wel in de nabije omgeving, krijgen voorlichting over de mogelijke gevaren van het arbeidsmiddel.

Arbobesluit: Artikel 7.13 Bedieningssystemen
  • Bedieningspanelen moeten overzichtelijk zijn en zijn voorzien van de bij het arbeidsmiddel gebruikelijke aanduidingen, zodat de kans op het maken van fouten bij de bediening tot een minimum wordt beperkt. De bedieningspanelen zijn zodanig geplaatst, dat de werknemer niet in aanraking kan komen met bewegende onderdelen.

Arbobesluit: Artikel 7.14 In werking stellen van arbeidsmiddelen
  • Een arbeidsmiddel kan alleen in werking worden gesteld door een opzettelijk verrichte handeling met een daarvoor bestemd bedieningssysteem.

Arbobesluit: Artikel 7.15 Stopzetten van arbeidsmiddelen
  • Een arbeidsmiddel moet op ieder daarvoor in aanmerking komend gedeelte zijn voorzien van een bedieningssysteem, waarmee, al naar gelang het gevaar, het gehele dan wel een deel van het arbeidsmiddel stilgelegd kan worden. De energietoevoer wordt onderbroken.

Arbobesluit: Artikel 7.16 Noodstopvoorziening
  • Een arbeidsmiddel beschikt over een noodstopvoorziening, als dit noodzakelijk is, met het oog op de gevaren en de normale tijd die nodig is om het arbeidsmiddel stop te zetten.

Arbobesluit: Artikel 7.18 Hijs- en hefwerktuigen
  • Hijs- of hefwerktuigen zijn voorzien van een goed leesbare aanduiding met de voor dat werktuig toegelaten bedrijfslast.
  • Hijs- of hefwerktuigen worden bediend door personen die daartoe een specifieke deskundigheid bezitten.
  • Met een hijs- of hefwerktuig ingericht voor goederenvervoer, worden geen personen vervoerd.
  • Hijs- of hefwerktuigen worden zo opgesteld dat het gevaar wordt beperkt dat lasten de werknemers raken, dan wel ongewild uit hun baan of in vrije val raken.
  • Doeltreffende maatregelen worden getroffen om te zorgen dat werknemers zich niet bevinden onder hangende lasten. Hangende lasten worden niet verplaatst boven niet beschermde werkplekken.

Arbobesluit: Artikel 7.18A Hijs- en hefwerktuigen voor niet-geleide lasten
  • Dit artikel bevat aanvullende bepalingen voor het werken met hijs- en hefwerktuigen voor niet-geleide lasten.

Arbobesluit: Artikel 7.20 Hijs- en hefgereedschap
  • Hijs- en hefgereedschap wordt gekozen op grond van de te hanteren lasten, de aanslagpunten, de haakvoorziening en de weersomstandigheden. Hijs- en hefgereedschap wordt niet zwaarder belast dan de werklast noch zwaarder dan een veilig gebruik toelaat. Hijs- en hefgereedschap wordt tenminste eenmaal per jaar door een deskundige onderzocht.

Arbobesluit: Artikel 7.23 Algemeen
  • Werkzaamheden op hoogte mogen alleen worden uitgevoerd vanaf een veilige en ergonomisch verantwoorde steiger, stelling, bordes of werkvloer. Als dat niet mogelijk is, moet u het meest geschikte arbeidsmiddel kiezen om het werk zo veilig mogelijk te kunnen uitvoeren. Uit de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) zal moeten blijken wat het meest geschikte middel is in een bepaalde situatie. Het gebruik van de ladder als werkplek moet zoveel mogelijk beperkt worden tot situaties waarin het gebruik van een ander veiliger arbeidsmiddel niet gerechtvaardigd is in verband met het geringe risico en:
    • vanwege de korte gebruiksduur of;
    • vanwege bestaande kenmerken van de locatie die de werkgever niet kan veranderen.

Arbobesluit: Artikel 7.23B Specifieke bepalingen betreffende steigers
  • Als de fabrikant/leverancier geen sterkte- of stabiliteitsberekening beschikbaar stelt, dan moet deze alsnog worden uitgevoerd, tenzij de steiger wordt opgebouwd volgens een algemeen erkende standaardconfiguratie:
    • Als bepaalde delen van de steiger niet gebruiksklaar zijn, dan worden deze gemarkeerd en afgebakend.
    • Steigers worden alleen opgebouwd, afgebroken of ingrijpend veranderd onder leiding van een bevoegd persoon en door werknemers die voor de beoogde werkzaamheden een specifieke opleiding hebben ontvangen.

Arbobesluit: Artikel 7.34 Steigers
  • De veiligheid van de constructie van een steiger wordt regelmatig door een ter zake deskundig persoon gecontroleerd, in ieder geval vóór de ingebruikneming en verder na iedere wijziging in de constructie, na iedere periode waarin de steiger niet is gebruikt, na abnormale weersomstandigheden alsmede na iedere andere gebeurtenis waardoor de veiligheid van de constructie van de steiger mogelijk is aangetast.
  • Lasten worden zo gelijkmatig mogelijk over de steiger verdeeld.
  • Verrijdbare steigers zijn beveiligd tegen ongewilde verplaatsingen.


Meer informatie
 
   
   
 

Download gehele risico als PDF

 
 
 

< terug naar vorige pagina